Tekst: Ayla Lebbing
Nu AI-technologie steeds sneller haar weg vindt naar de zorgpraktijk, wordt het tijd om stil te staan bij de vraag: hoe houden we dat vliegwiel in beweging en wat betekent dat voor de kwaliteit van zorg én het werkplezier van zorgprofessionals? Sietske Rozie, voormalig radioloog en AI-deskundige, ziet drie belangrijke vragen.
"Ik snap dit als bestuurder niet, dus ik bemoei me er maar niet mee. Straks vinden ze me dom." Precies dat gedrag remt een organisatie. Een open leercultuur is essentieel bij AI, en die begint bovenaan. Laat zien dat je vragen stelt, iets niet weet en fouten maakt. Anders durft niemand het na te doen.
Je denkt: AI is vooruitgang, dus elke toepassing is een verbetering. Niet per se. Begin bij het probleem dat je wilt oplossen. Zet je AI wel in op de juiste plek en bij de juiste persoon?
Je denkt: AI is een technische innovatie, dus een technisch project. Tot blijkt dat het vooral een mensenkwestie is. Soft skills doen er dan opeens het meest toe: hoe krijg je je medewerkers mee? Dat kan confronterend zijn.
Sietske Rozie beweegt zich op het snijvlak van technologie, leiderschap en zorg. Ze is een strategische sparringpartner voor de bestuurders en teams die binnen zorgorganisaties de AI-transformatie leiden en helpt hen om AI op een betekenisvolle manier in te zetten.
Met een achtergrond als radioloog en onderzoeker in beeldanalyse kent Rozie zowel de mogelijkheden van AI als de dagelijkse praktijk van de zorg. Ze ziet waar technologie kan bijdragen aan betere zorg, maar ook waar processen vastlopen en professionals werkplezier verliezen. Die combinatie van medische expertise, verandervaardigheid en aandacht voor de menselijke maat maakt haar een veelgevraagd spreker en adviseur.
Onder de naam Roos&Rozie ontwikkelt en verzorgt zij masterclasses over persoonlijk leiderschap voor zorgprofessionals. Ook maakte zij voor Medisch Contact een podcastserie over HR en leiderschap in de zorg.
AI levert op steeds meer plekken tijdswinst op. Volgens Rozie is daarom de belangrijkste vraag niet óf we AI gebruiken, maar wat we met die gewonnen tijd doen.
“Besteden we die tijd aan extra aandacht voor de patiënt of gaan we meer patiënten behandelen? Of gaan we het verzuim onder artsen terugdringen door hen meer tijd te geven voor andere taken? Dat is een fascinerende discussie.”
Uiteindelijk moet AI de zorg beter maken voor patiënten. Tegelijkertijd mogen zorgprofessionals niet uit het oog verloren worden. Zorgprofessionals moeten plezier houden in hun werk en idealiter helpt AI zelfs om de werkdruk te verlagen. Dat vraagt om een open gesprek over wat AI kan betekenen voor de zorg, maar ook over wat de waarde van de mens is. "We moeten ons realiseren wat het betekent om mens te zijn, wat we willen behouden.”
Zorgorganisaties worden steeds afhankelijker van een beperkt aantal internationale technologiebedrijven. Daardoor gaat de discussie over AI niet alleen over privacy, maar ook over strategische onafhankelijkheid: hoe afhankelijk wil de zorg worden van niet-Europese partijen?
Die afhankelijkheid ontstaat vaak ongemerkt. Artsen gebruiken bijvoorbeeld spraakherkenningsapps om overleggen vast te leggen of notities uit te werken. "Zulke applicaties zijn soms helemaal niet centraal goedgekeurd of geregeld door het ziekenhuis", zegt Rozie. "Maar omdat ze laagdrempelig beschikbaar zijn, worden ze wel gebruikt."
Dat lijkt onschuldig, maar achter het gebruik van deze toepassingen gaan belangrijke keuzes schuil. De gegevens worden regelmatig opgeslagen in externe cloudomgevingen, terwijl niet altijd duidelijk is waar die data precies terechtkomen.
"Het is heel makkelijk om tijdens een vakgroepsvergadering een opnameapparaat op tafel te leggen", zegt Rozie. "Maar vervolgens wordt het gesprek wel opgeslagen in een cloud. De servers staan vaak in Amerika, en daar moeten we ons bewust van zijn."
Ze vervolgt: “Als we in Europa enige digitale soevereiniteit willen behouden, moeten ook artsen kritisch kijken naar waar onze data opgeslagen worden.”
AI wordt ook al gebruikt voor diagnostisering. Daarom is een gesprek over waar onze gegevens terecht komen en hoe afhankelijk we onszelf maken van partijen buiten de EU onvermijdelijk.
Traditioneel wordt nieuwe technologie beoordeeld op de vraag of die veilig genoeg is om te gebruiken. Nu AI-toepassingen grote successen boeken, zou die vraag kunnen worden omgedraaid: als een algoritme aantoonbaar betere uitkomsten oplevert, is het dan verantwoord om het níet te gebruiken? Dat raakt direct aan professionele autonomie en aansprakelijkheid.
Iets waar in Nederland nog weinig bij stil wordt gestaan, is hoe dit de aansprakelijkheid van artsen verandert, vindt Rozie. “Als AI een aanzienlijk deel van de beoordeling overneemt of als binnen de wetenschappelijke vereniging wordt afgesproken dat niet alles meer door de radioloog zelf hoeft te worden beoordeeld, verandert er ook iets in de aansprakelijkheid. En dat zal ook zijn weg moeten vinden binnen het tuchtrecht.”
Cybersecurity is wel al een veelbesproken onderwerp, zegt Rozie. Des te meer omdat bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn als de dataveiligheid binnen hun organisatie niet op orde is. Ze benadrukt dat die veiligheid een absolute voorwaarde is bij de implementatie van AI.
Innovatie moet gericht zijn op wat er nodig is op de werkvloer, zegt Rozie. Maar zorgprofessionals staan niet altijd te springen om de implementatie van AI, merkt ze. De vraag is niet alleen welke taken AI overneemt, maar hoe medische expertise zich ontwikkelt als een deel van de taken, zoals patroonherkenning, verschuift van mens naar algoritme. Welke vaardigheden worden belangrijker? En welke kennis dreigt juist te eroderen als professionals bepaalde handelingen minder vaak zelf uitvoeren?
Ze vindt het dan ook belangrijk dat er een open gesprek wordt gevoerd over wat AI doet met de beleving van het vak door zorgprofessionals. “Waar halen bijvoorbeeld artsen hun voldoening uit, waar ligt volgens hen hun vakmanschap?”
Het lastige is dat dit voor iedereen anders is. De ene chirurg ziet goed opereren als vakmanschap, de ander het menselijke contact. “Maar uiteindelijk is de vraag: halen zij nog voldoende plezier uit hun werk als een deel van de taken overgedragen wordt aan AI?”
"Ik snap dit als bestuurder niet, dus ik bemoei me er maar niet mee. Straks vinden ze me dom." Precies dat gedrag remt een organisatie. Een open leercultuur is essentieel bij AI, en die begint bovenaan. Laat zien dat je vragen stelt, iets niet weet en fouten maakt. Anders durft niemand het na te doen.
Je denkt: AI is vooruitgang, dus elke toepassing is een verbetering. Niet per se. Begin bij het probleem dat je wilt oplossen. Zet je AI wel in op de juiste plek en bij de juiste persoon?
Je denkt: AI is een technische innovatie, dus een technisch project. Tot blijkt dat het vooral een mensenkwestie is. Soft skills doen er dan opeens het meest toe: hoe krijg je je medewerkers mee? Dat kan confronterend zijn.
AI levert op steeds meer plekken tijdswinst op. Volgens Rozie is daarom de belangrijkste vraag niet óf we AI gebruiken, maar wat we met die gewonnen tijd doen.
“Besteden we die tijd aan extra aandacht voor de patiënt of gaan we meer patiënten behandelen? Of gaan we het verzuim onder artsen terugdringen door hen meer tijd te geven voor andere taken? Dat is een fascinerende discussie.”
Uiteindelijk moet AI de zorg beter maken voor patiënten. Tegelijkertijd mogen zorgprofessionals niet uit het oog verloren worden. Zorgprofessionals moeten plezier houden in hun werk en idealiter helpt AI zelfs om de werkdruk te verlagen. Dat vraagt om een open gesprek over wat AI kan betekenen voor de zorg, maar ook over wat de waarde van de mens is. "We moeten ons realiseren wat het betekent om mens te zijn, wat we willen behouden.”
Zorgorganisaties worden steeds afhankelijker van een beperkt aantal internationale technologiebedrijven. Daardoor gaat de discussie over AI niet alleen over privacy, maar ook over strategische onafhankelijkheid: hoe afhankelijk wil de zorg worden van niet-Europese partijen?
Die afhankelijkheid ontstaat vaak ongemerkt. Artsen gebruiken bijvoorbeeld spraakherkenningsapps om overleggen vast te leggen of notities uit te werken. "Zulke applicaties zijn soms helemaal niet centraal goedgekeurd of geregeld door het ziekenhuis", zegt Rozie. "Maar omdat ze laagdrempelig beschikbaar zijn, worden ze wel gebruikt."
Dat lijkt onschuldig, maar achter het gebruik van deze toepassingen gaan belangrijke keuzes schuil. De gegevens worden regelmatig opgeslagen in externe cloudomgevingen, terwijl niet altijd duidelijk is waar die data precies terechtkomen.
"Het is heel makkelijk om tijdens een vakgroepsvergadering een opnameapparaat op tafel te leggen", zegt Rozie. "Maar vervolgens wordt het gesprek wel opgeslagen in een cloud. De servers staan vaak in Amerika, en daar moeten we ons bewust van zijn."
Ze vervolgt: “Als we in Europa enige digitale soevereiniteit willen behouden, moeten ook artsen kritisch kijken naar waar onze data opgeslagen worden.”
AI wordt ook al gebruikt voor diagnostisering. Daarom is een gesprek over waar onze gegevens terecht komen en hoe afhankelijk we onszelf maken van partijen buiten de EU onvermijdelijk.
Traditioneel wordt nieuwe technologie beoordeeld op de vraag of die veilig genoeg is om te gebruiken. Nu AI-toepassingen grote successen boeken, zou die vraag kunnen worden omgedraaid: als een algoritme aantoonbaar betere uitkomsten oplevert, is het dan verantwoord om het níet te gebruiken? Dat raakt direct aan professionele autonomie en aansprakelijkheid.
Iets waar in Nederland nog weinig bij stil wordt gestaan, is hoe dit de aansprakelijkheid van artsen verandert, vindt Rozie. “Als AI een aanzienlijk deel van de beoordeling overneemt of als binnen de wetenschappelijke vereniging wordt afgesproken dat niet alles meer door de radioloog zelf hoeft te worden beoordeeld, verandert er ook iets in de aansprakelijkheid. En dat zal ook zijn weg moeten vinden binnen het tuchtrecht.”
Cybersecurity is wel al een veelbesproken onderwerp, zegt Rozie. Des te meer omdat bestuurders persoonlijk aansprakelijk zijn als de dataveiligheid binnen hun organisatie niet op orde is. Ze benadrukt dat die veiligheid een absolute voorwaarde is bij de implementatie van AI.
Sietske Rozie beweegt zich op het snijvlak van technologie, leiderschap en zorg. Ze is een strategische sparringpartner voor de bestuurders en teams die binnen zorgorganisaties de AI-transformatie leiden en helpt hen om AI op een betekenisvolle manier in te zetten.
Met een achtergrond als radioloog en onderzoeker in beeldanalyse kent Rozie zowel de mogelijkheden van AI als de dagelijkse praktijk van de zorg. Ze ziet waar technologie kan bijdragen aan betere zorg, maar ook waar processen vastlopen en professionals werkplezier verliezen. Die combinatie van medische expertise, verandervaardigheid en aandacht voor de menselijke maat maakt haar een veelgevraagd spreker en adviseur.
Onder de naam Roos&Rozie ontwikkelt en verzorgt zij masterclasses over persoonlijk leiderschap voor zorgprofessionals. Ook maakte zij voor Medisch Contact een podcastserie over HR en leiderschap in de zorg.
Innovatie moet gericht zijn op wat er nodig is op de werkvloer, zegt Rozie. Maar zorgprofessionals staan niet altijd te springen om de implementatie van AI, merkt ze. De vraag is niet alleen welke taken AI overneemt, maar hoe medische expertise zich ontwikkelt als een deel van de taken, zoals patroonherkenning, verschuift van mens naar algoritme. Welke vaardigheden worden belangrijker? En welke kennis dreigt juist te eroderen als professionals bepaalde handelingen minder vaak zelf uitvoeren?
Ze vindt het dan ook belangrijk dat er een open gesprek wordt gevoerd over wat AI doet met de beleving van het vak door zorgprofessionals. “Waar halen bijvoorbeeld artsen hun voldoening uit, waar ligt volgens hen hun vakmanschap?”
Het lastige is dat dit voor iedereen anders is. De ene chirurg ziet goed opereren als vakmanschap, de ander het menselijke contact. “Maar uiteindelijk is de vraag: halen zij nog voldoende plezier uit hun werk als een deel van de taken overgedragen wordt aan AI?”
Tekst: Ayla Lebbing
Nu AI-technologie steeds sneller haar weg vindt naar de zorgpraktijk, wordt het tijd om stil te staan bij de vraag: hoe houden we dat vliegwiel in beweging en wat betekent dat voor de kwaliteit van zorg én het werkplezier van zorgprofessionals? Sietske Rozie, voormalig radioloog en AI-deskundige, ziet drie belangrijke vragen.